dinsdag 16 december 2014

Hulpmiddel bij het structureel geven van catechese en een adventslesje

In mijn vorige blogs las je over mijn pogingen om meer structureel geloofsonderwijs te geven in ons gezin. Mijn probleem is eigenlijk dat we vooral rondom hoogtijdagen zoals Pasen en Kerstmis heel actief zijn met knutselen en voorlezen rondom geloofsonderwerpen en dan… het veeleisende leven van alledag neemt weer de overhand en het geloofsonderwijs zakt weer in. Wat jammer toch van al die bijbelverhalen en levenslessen die zo niet aan bod komen!  Wie heeft dat ook?


Volgens mij is er één groot hulpmiddel en één grote kapstok die het structureel geven van geloofsonderwijs aanzienlijk makkelijker maakt en dat hulpmiddel is het “ontwerpen van je eigen tradities” en de grote kapstok is het kerkelijke jaar. Onder tradities versta ik allerlei gebruiken en gewoontes die steeds weer terug komen rond een bepaalde tijd. Bij ons is het bijvoorbeeld al enkele jaren traditie om in de kerstvakantie eens de grote legobouwwerken op te gaan bouwen. Daar zijn ze dagen zoet mee. Waar ze ook ieder jaar weer naar uit kijken is wanneer papa in de kerstvakantie zijn modelspoorbaan van zolder haalt en onze woonkamer omtovert tot één groot spoorwegmuseum. Dat doen we echt maar één keer per jaar!! De kinderen kijken er naar uit en genieten er dubbel van, ook al doen we ieder jaar hetzelfde. Dat is volgens mij de kracht van de traditie. Bijkomend fijn feit is dat je niet ieder jaar opnieuw het wiel uit hoeft te vinden (wat zullen we nu toch weer in de kerstvakantie gaan doen). En zo werkt het volgens mij ook met catechese. In een jaar heb je al lente-zomer-herfst-winter, een cyclisch proces wat je in de natuur kunt beleven. In het kerkelijk jaar heb je ook allerlei hoogtepunten/ -feesten die het jaar vorm geven. Je hebt Advent, Kerst, Driekoningen, Aswoensdag, Veertigdagentijd, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren. En in de katholieke kerk komen daar nog eens de meimaand, sacramentsdag, allerheiligen, allerzielen, Maria ten hemelopneming en Christus Koning bij. En ik ben zo nog lang niet compleet. Je kunt het jaar ook opdelen in de “liturgische kleuren”, de kleuren die de priester in de kerk draagt op bepaalde momenten in het jaar. Je krijgt dan Advent (paars), Kersttijd (wit), gewone tijd door het jaar (groen), veertigdagentijd (paars), Paastijd (wit) en weer tijd door het jaar (groen). In deze vakken kun je besluiten aandacht te geven aan bepaalde bijbelonderdelen. In de tijd door het jaar bijvoorbeeld een aantal belangrijke oudtestamentische verhalen en parabels van Jezus, in de veertigdagentijd, paastijd, advent en kersttijd de teksten die in de kerk worden voorgelezen.


In mijn montessori-catechese-klasje (“Goede Herder Catechese”) is er ook een duidelijke structuur door het jaar heen te herkennen. Zo staan in de Advent altijd 1 of 2 profetieën over de komst van Jezus op het programma. Ik vind het geweldig dat die mooie teksten van de profeten (die vaak vergeten worden) hier een vast plekje hebben gekregen! Afgelopen week heb ik met de kinderen uit mijn klasje (6-9 jaar) de ‘profetie van de bergen en de dalen’ besproken. Dat is heel gemakkelijk en haast zonder voorbereiding te doen! Het ging om deze tekst van de profeet Jesaja (40: 3-5):

Luister, iemand roept:
‘Bereid de HEER een weg in de woestijn,
in het dorre land, een rechte baan voor onze God. 
Elk dal moet worden opgehoogd,
en elke berg en heuvel moet worden afgegraven;
oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden
en ruige gronden worden een vlakte.
De heerlijkheid van de HEER zal zich openbaren, en alle mensen zullen haar zien, 
want de mond van de HEER heeft gesproken.’ 


Bij de Goede Herder Catechese lezen de kinderen uit de ‘echte’ bijbel, en dus geen kinderbijbel. Het principe daarbij is dat kinderen zo serieus genomen worden en dat zij het Woord van God mogen horen zo compleet als het is, en niet vertaald in kindertaal. Moeilijke woorden worden wel uitgelegd en over de betekenis praat je samen. Je gaat dan samen zoeken naar de betekenis van de tekst en niet als juf-leerling van ‘ik-zal-jou-wel-eens-even-uitleggen-wat-hier-bedoeld-wordt’. Alleen vragen stellen is dus niet zo’n goede pedagogiek, behalve een verwonderingsvraag: “Ik vraag me af…” Waar na je samen nadenkt. Vragen kun je alleen stellen om voorkennis te activeren, niet om dingen aan te leren. Eerst moet je de kinderen bepaalde kennis geven, voordat je er naar kunt vragen! Dit is een valkuil waar vele juffen en meesters nog intrappen… Let maar eens op of je het zelf wel eens doet.

De les verliep als volgt:
Ik verzamelde de kinderen rondom de Bijbel.

Ik: “Vorige keer heeft juf … jullie verteld dat we in een bijzondere tijd zitten in de kerk. Wie weet nog welke tijd dat is?”
Allen: “De Advent.”
Ik: “Ja, het is Advent, je ziet het ook overal aan de paarse kleur, de kleur van de voorbereiding, weten jullie nog? In de Advent zien we uit naar de komst van Jezus. Vroeger, voor de tijd van Jezus, waren er veel profeten, die over de komst van Jezus vertelden. Wat zijn profeten?” (Dit antwoord komt in iedere les over profeten voor, dus sommige kinderen weten het al)
E: “Een profeet is iemand die luistert naar wat God zegt en het doorvertelt aan de andere mensen.”
Ik: “Heel goed. In de Advent lezen we heel veel van een profeet die veel gesproken heeft over de komst van Jezus…”
J: “Jesaja!”
Ik: “Ja inderdaad, Jesaja. Vandaag wil ik jullie een stukje uit de profeet Jesaja voorlezen over de bergen en de dalen.”

Luister, iemand roept:
‘Bereid de HEER een weg in de woestijn,
in het dorre land, een rechte baan voor onze God. 
Elk dal moet worden opgehoogd,
en elke berg en heuvel moet worden afgegraven;
oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden
en ruige gronden worden een vlakte.
De heerlijkheid van de HEER zal zich openbaren, en alle mensen zullen haar zien, 
want de mond van de HEER heeft gesproken.’ 

“Ik vraag me af wat Jesaja daar mee bedoeld, met “een rechte baan maken” ….
P: “Onze Lieve Heer wil gewoon een snelweg waarover Hij heel snel met zijn koets naar… kan gaan!”
Ik: “Zou dat, wat denk jij C. Zou Jesaja dat letterlijk of figuurlijk bedoelen, maak de dalen weer hoger en de bergen platter, zodat er een rechte weg kan komen?”
C: “Ik denk niet letterlijk.”
Ik: “Soms gebruikt de Bijbel ook bepaalde beelden om iets te zeggen, en ik vraag me af wat er nou bedoeld wordt met die rechte weg? Wie gaat er komen met Kerstmis? Wie gaat er naar ons toe komen?”
R: “Jezus.”
Ik: “En als die naar ons toe komt, kan Hij dan makkelijk ons hart binnen komen? Of zijn er op sommige plaatsen nog wat hobbels en kuilen, wat bergen en dalen of wat ruige grond?”
C: “Ja! Dat zijn er obstakels op de weg naar ons hart en die moeten we nog aan de kant ruimen door vergeving te vragen!”
E: “Door te biechten.”
Ik: “Ja, dat kan, vergeving vragen. Zo kan Jezus makkelijker bij ons komen en kunnen we hem goed verwelkomen in ons hart met Kerstmis, als Hij komt, inderdaad. Ik wens jullie allemaal toe, dat jullie Kerstmis zo kunnen vieren, dat Jezus –zoef- recht in je hart kan komen!”
(Eventueel kun je hier kort bidden, bijvoorbeeld om Jezus te vragen dat alle kinderen zich goed mogen voorbereiden op Kerstmis, hun hartje mooi mogen maken en helemaal opendoen voor de komst van het Kerstkind.)

En dat was alles. Enkel een Bijbel nodig en nauwelijks voorbereiding. Het gesprekje lijkt zo van tevoren bedacht, maar het liep spontaan zo, dat verhaal van de weg naar je hart viel me spontaan in tijdens het praten met de kinderen. Zo zoek je samen naar de betekenis van de tekst. Ook tegen jou is het Woord gesproken!

Voorbeelden van andere profetieën die je zou kunnen lezen met je kinderen:

Ik zie hem,
maar niet in het heden,
ik aanschouw hem,
maar niet van nabij;
een ster
 komt uit Jakob,
 een scepter
 rijst op uit Israël
Numeri 24, 17

Een twijg ontspruit aan
de stronk van Isaï,
een telg ontbloeit
aan zijn wortel.
De geest van Jahwe
rust op hem,
een geest van wijsheid
en inzicht,
een geest van beleid
en sterkte,
een geest van kennis
en ontzag voor Jahwe,
hij ademt ontzag
voor Jahwe.
Jesaja 11, 1-3a

De wolf en het lam wonen samen,
de panter vlijt zich neer naast het bokje,
het kalf en de leeuw weiden samen:
een kleine jongen kan ze hoeden.
De koe en de berin sluiten vriendschap,
hun jongen liggen bijeen.
De leeuw eet haksel als het rund,
de zuigeling speelt bij het hol van de
adder,
het kind strekt zijn hand uit naar het
nest van de slang.
Niemand doet nog kwaad of handelt
nog verderfelijk op heel mijn heilige
berg;
want de kennis van Jahwe vervult het
hele land,
zoals het water heel de bodem van de zee
bedekt.
Jesaja 11,6-9

Lees eens een profetie met je kind en praat er over met elkaar.


Denk ook eens voor je zelf na: Welke tradities houdt ons gezin er op na met Advent, Kerstmis, Driekoningen, Aswoensdag, Veertigdagentijd, de Goede Week, Pasen etcetera? Welke tradities wil ik vasthouden en met welke feesten doen we eigenlijk te weinig? Wat kan ik dan allemaal doen? Welke onderdelen van de Bijbel horen mijn kinderen nooit? We zouden elkaar kunnen helpen door te delen welke tradities jij onderhoudt gedurende het jaar. Laat het aan elkaar weten middels het reactieformulier hieronder.

dinsdag 9 december 2014

Vijf redenen om de Advent mee te beleven

Advent? Advent? We hebben het al druk genoeg met de voorbereidingen voor de Kerstdagen. Maar daarom is juist de Advent uitgevonden! Dus leg al die menukaarten en boodschappenlijstjes even aan de kant en ga zitten. Zet een mooi muziekje op, zoals deze bijvoorbeeld. De liederen zijn speciaal voor Advent geschreven.


He he, dat is beter. Maar waarom is het een goed idee om ook de Advent bewust te beleven (met je kinderen)? Hieronder vijf redenen!

  • Je leert je kinderen wat (ver)wachten is. In deze dagen van smartphones en internet moet. Alles. Meteen. Bevredigd. Worden. Als je niet wilt dat je kinderen kleine verwende loeders worden, is Advent, het uitzien naar Kerstmis met alle geneugten die daarbij horen, een mooie moment om dat te leren.

  • Je omzeilt alle commercie rondom Kerst. Zelf erger ik me soms groen en geel aan al dat opdringerige, op consumptiegerichte kerstgedoe vanuit de winkels. Ik wil mijn kinderen waarden meegeven die blijvend zijn, zoals liefde, vrede, vreugde, geduld, vriendelijkheid, trouw, goedheid, zachtheid, zelfbeheersing.

  • De Advent is een tijd van bezinning. Het geeft rust aan dagen die gemakkelijk kunnen worden beheerst door hectiek en stress.


  • Je kinderen begrijpen beter wat Kerstmis inhoudt, als ze zich er in de Advent al op hebben voorbereid en mee bezig hebben gehouden.


  • De Advent is ook een tijd van naastenliefde. In de kerstvakantie liggen de meeste instanties plat, maar in de Advent kun je juist met je kinderen er op uit trekken om eens wat te betekenen voor anderen. Of laat ze wat karweitjes doen om geld te verdienen voor de Adventsactie of een ander goed doel. Wat een mooie gelegenheid om bezig te zijn met ‘de kerstgedachte’!


donderdag 27 november 2014

Inspiratie voor Advent

Zondag is het weer zover: De Advent begint. Het voorbereiden voor Kerstmis is begonnen. Hier begint het al iets eerder, want ik ben druk bezig te verzinnen hoe we ons als gezin op een geestelijke en praktische manier de Advent gaan beleven. Natuurlijk is er de adventskrans, een must wat mij betreft. Het neemt de kinderen echt mee richting Kerstmis: er komt steeds een lichtje bij… Bij ons staat hij op de eettafel. Voor iedere (avond)maaltijd steken we het juiste aantal kaarsen aan. Soms stel ik de vraag: hoeveel kaarsjes mogen er aan? Of: Hoe lang nog tot Kerstmis? Je kunt er ook een adventsliedje bij zingen. Wij zongen vorig jaar iedere dag: O kom, o kom Emmanuel... Daar krijg ik echt de bibbers van, zo mooi. Met het refrein “Wees blij, wees blij…” mochten de kinderen met instrumenten en belletjes rinkelen (een succes!!).

Wat betreft vorm van de krans kun je het jezelf natuurlijk zo makkelijk en zo moeilijk maken als je maar wilt: Je koopt een mooie groene krans bij het tuincentrum, bindt er vier paarse linten (de kleur van de voorbereiding in de kerk) omheen, vier kaarsjes er in, voila! Of je gaat zoals ik in actievere jaren een openbaar park of plantsoen in met een grote plastic zak en een snoeischaar erin (het voelt toch een beetje stiekem) en verzamelt wat groen. Dit is wel de leukste variant voor de kinderen trouwens. Even lekker naar buiten, rennen, de boom in etcetera. Dan met wat buigzaam ijzerdraad (tuincentrum) de takken nonchalant om een (hooi)krans (tuincentrum) heen werken, linten, kaarsen, klaar! Deze krans kost me ongeveer 10 minuten. Het geheim van een mooie krans is om de takken niet te precies vast te willen zetten en er overal wat uit te laten steken.

Er zijn tal van andere ideeen over hoe je snel en simpel een adventskrans maakt: Zet gewoon vier kaarsen op een dienblad, bind er eventueel een mooi paars lint omheen, klaar!
Je kunt ook een dienblad vol met groene takken leggen en daar vier lichtjes tussen leggen. Internet heeft voldoende ideeen om inspiratie op te doen.


Maar… Wat bazel ik hier nou over adventskransen? Ik wilde het eigenlijk hebben over mijn nieuwe idee om wat extra diepgang te geven aan deze adventstijd. Zoals jullie misschien al hebben opgemerkt, ben ik nogal een bijbelfan. Dat komt hier door. De woorden van de bijbel spreken mij iedere keer dat ik ze lees weer op een andere manier aan. Iedere keer is het voor mij, alsof God ze weer op een nieuwe manier tegen mij, in mijn situatie hier en nu, zegt. Zo ervaar ik dat. Nu hebben veel mensen in de Advent ook een adventskalender. Je weet wel, zo’n soort aftelkalender, soms met snoepjes of cadeautjes. Ik wil er eentje maken met een bijbeltekst voor iedere dag. In de kerk worden er nu de prachtigste teksten voorgelezen over de komst van de Redder. Daar uit neem ik iedere dag een stukje en die zet ik centraal. Ik heb bij de kringloop zo’n knijpertje gevonden (voor foto’s eigenlijk) en daar in komt dan iedere dag een nieuwe tekst. Die komt op een centrale plek in het huis waar ik vaak voorbij kom (denk aan: de eettafel, de keuken, de hal, de eettafel of misschien zelfs de wc) en zo sta ik iedere dag een klein momentje stil bij die tekst. Makkelijk te realiseren, groots resultaat. Helemaal omdat ik de teksten die ik heb uitgezocht graag met jullie deel. Een kwestie van uitprinten, uitknippen en neerzetten. 
Wil jij ook zo’n momentje voor je zelf iedere dag? Print de teksten dan hier uit!

dinsdag 11 november 2014

Les 3 De Herder

De laatste zondag voordat de Advent begint, vieren we in de katholieke Kerk het feest van Christus Koning. Misschien is het daarom nu wel interessant om te kijken naar de manier waarop Jezus zijn volk wil leiden: als een herder. Vandaag willen we dieper in gaan op specifieke eigenschappen van een herder, om zo meer van Jezus woorden te begrijpen. Wat maakt een herder goed of slecht? Wat doet een herder precies? De les vandaag is lichtelijk geïnspireerd door de Montessori catechese methode “De Goede Herder Catechese”, ook in Nederland al op verschillende plekken opgestart. Een heel boeiende vorm van catechese die de inhoud erg aanschouwelijk maakt.



Omdat Jezus het beeld van de herder verschillende malen gebruikt en het ook in het Oude Testament geregeld terug komt, heb ik standaard een “herder-kit” in huis. Dit houdt bij mij in: Een houten kistje van de kringloop (ik houd van natuurlijke materialen), een groene lap vilt (wat de weide symboliseert), een blauw rondgeknipt lapje vilt (wat het water symboliseert) en een speelset met een herder, een aantal schapen en een herdershond. Dit setje heb ik enkele jaren geleden in de houten speelgoedwinkel gevonden (het is trouwens nog steeds verkrijgbaar via internet voor 8,99). Onder aan dit stuk heb ik enkele tips over hoe je zelf een herder en schapen zou kunnen maken.

Goed. Laten we beginnen met een aantal bijbelteksten uit het oude testament die over herders gaan. Wat valt op? Al in het eerste boek van de Bijbel wordt God een herder genoemd. Een herder die nabij is, het volk leidt en de troepen aanvoert. Een herder zorgt er voor dat de schapen bij elkaar blijven en dat het ze aan niets ontbreekt, eten, water of rust. Hij beschermt ze tegen gevaar en draagt ze voor eeuwig. Er is maar één herder. Het hart van de herder kan zuiver zijn of niet. De herder heeft een open tent om in te wonen. Hij koestert de kleine schaapjes en leidt de ooien op een zorgzame manier. De herder voert uit, wat de eigenaar van de schapen wil. Een herder telt alle schapen één voor één, wanneer ze onder hem door de schaapskooi in of uit gaan. Als er één verdwaald of weggejaagd is, gaat hij er naar op zoek om het te redden. Als het ziek of gewond is, zorgt de herder voor zijn schaap en geneest het. Zelfs uit de muil van een leeuw probeert hij het nog te redden, al is dat soms niet meer mogelijk. Bij een goede herder zijn alle schapen veilig. Niet onbegrijpelijk dus, dat het beeld van herder op God vaak toegepast wordt.

Hieronder volgen de complete bijbelteksten uit het Oude Testament die ik voor het bovenstaande stuk heb gebruikt. Ik vind het indrukwekkend om ze zo allemaal achter elkaar eens te lezen. Wat is het toch prachtig hoe God voor ons zorgt!

de God die mijn leven lang mijn herder is geweest, (Genesis 48:15)

door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob,
door de nabijheid van de Herder, de Rots van Israël, (Genesis 49:24)

‘Moge de HEER, de God die aan al wat leeft de levensadem schenkt, dan iemand over het volk aanstellen die het kan leiden en de troepen kan aanvoeren, zodat het volk van de HEER niet wordt als een kudde schapen zonder herder.’ (Numeri 27: 16-17)

Toen zei Micha: ‘Ik zag Israël verspreid over de berghellingen, als een kudde schapen die geen herder heeft. De HEER zei: “Ze hebben geen aanvoerder, laat ieder in vrede naar huis terugkeren.”’ (1 Koningen 22:17)

Heel psalm 23:



[1]
Een psalm van David.
De 
HEER is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.

[2]
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,


[3]
hij geeft mij nieuwe kracht*
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.

[4]
Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.


[5]
U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.


[6]
Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de 
HEER
tot in lengte van dagen.

wees zijn herder en draag het voor eeuwig. (Psalm 28: 9)

Zijn keuze viel op David, zijn dienaar,
hij riep hem weg bij de schapen,
haalde hem achter de zogende ooien vandaan
en maakte hem herder van Jakob, zijn volk,
van Israël, zijn eigen bezit.
Hij was een herder met een zuiver hart,
met vaste hand heeft hij hen geleid.
(Psalm 78: 70-72)

De woorden van de wijzen zijn zo scherp en puntig als een ossenprik, al hun spreuken zijn ons door één herder ingeprent. (Prediker 12: 9)

geen herder laat er zijn kudde rusten. (Jesaja 13:20)

Mijn woonplaats werd ontruimd en lag open,
zoals de tent van een herder; (Jesaja 38: 12)

Als een herder weidt hij zijn kudde:
zijn arm brengt de lammeren bijeen,
hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien (Jesaja 40: 11)

Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder,
alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer:
hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen
en voor de tempel de fundering te leggen.’ (Jesaja 44: 28)

Hij die Israël verstrooid heeft,
zal het samenbrengen en het hoeden,
zoals een herder zijn kudde. (Jeremia 31: 10)

In de steden van het bergland, het heuvelland en de Negev, in het gebied van Benjamin, in de omgeving van Jeruzalem en rond de steden van Juda zullen de schapen onder de tellende hand van de herder doorgaan – zegt de HEER. (Jeremia 33: 13)

Zonder herder raakten ze verstrooid, en werden ze door wilde dieren verslonden. Mijn schapen zijn verstrooid, ze dwalen rond in de bergen en hoog in de heuvels; over heel het aardoppervlak raken ze verstrooid, en er is niemand die naar ze omziet, niemand die naar ze op zoek gaat. Daarom, herders, luister naar de woorden van de HEER:  Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, mijn schapen hadden geen herder, ze werden weggeroofd en door de wilde dieren verslonden; en jullie, herders, keken niet naar mijn schapen om, jullie hebben alleen jezelf geweid maar niet mijn schapen! Daarom, herders, luister naar de woorden van de HEER: Dit zegt God, de HEER: Ik zal de herders straffen en mijn schapen opeisen; zij zullen ze niet meer mogen weiden. Ook zullen ze niet langer zichzelf weiden: ik zal mijn schapen uit hun mond redden, ze zullen ze niet meer eten! Dit zegt God, de HEER: Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken. Ik zal ze uit alle volken terughalen en uit alle landen bijeenbrengen, ik zal ze naar hun eigen land laten terugkeren. Op de bergen van Israël en bij de waterstromen zal ik ze weiden, overal in het land waar mensen wonen. Ik zal ze laten grazen op een goede weide, ook hoog in de bergen van Israël zullen ze gras vinden; op Israëls bergen zullen ze rusten op groen grasland en in een grazige weide. Ikzelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten – spreekt God, de HEER. Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken – maar de vette en sterke dieren zal ik doden. Ik zal ze weiden zoals het moet. (Ezechiel 34:5-16)

Dit zegt de HEER: Zoals een herder uit de muil van een leeuw niet meer dan een paar botten weet te redden of een stukje oor, zo zal er ook niemand worden gered van de Israëlieten, die in Samaria maar op hun bedden hangen en achterover leunen op hun divans. (Amos 3:12)

Hij zal aantreden en hen als een herder weiden,
bekleed met de macht van de 
HEER, zijn God,
met de majesteit van diens verheven naam.
Zij zullen veilig wonen,
want hij zal heersen tot aan de einden der aarde, en hij brengt vrede. (Micha 5: 3-4a)

Toen zei de HEER tegen mij: ‘Rust je nogmaals toe als een herder, als een die niet deugt. Ik zal immers in dit land een herder laten optreden die zich om het verdoolde schaap niet bekommert en het afgedwaalde niet zoekt, die het gekwetste niet geneest en het gezonde niet verzorgt, maar die het vlees van de vette dieren opeet en afkluift tot op het bot.’ (Zacharia 11: 15-16)

Ook in het Nieuwe Testament komt het beeld van de herder een aantal terug. Speciaal in het evangelie van Johannes, mijn favoriet evangelie:

 ‘Waarachtig, ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’ Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat hij bedoelde.
     Hij ging verder: ‘Waarachtig, ik verzeker u: ik ben de deur voor de schapen. Wie vóór mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.
     Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen. Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’ (Johannes 10: 1-18)

Deze tekst is zo rijk, dat je hem voor kinderen beter in stukjes kan knippen. Je zou er over na kunnen denken om een boekje te maken met kleine stukjes hier uit, of een aantal losse kaartjes. Deze kun je bij je eigen “herder-kit” doen, en misschien de komende week een mooi plekje op tafel, je seizoenstafel of je gebedshoekje geven.

Voorbeelden van stukjes uit het evangelie over de goede herder:

Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.

Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen. Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.

Je zou ook kunnen overwegen enkele gedeeltes uit het Oude Testament hierbij te voegen, zoals dit gedeelte uit Psalm 23:

[1]
Een psalm van David.
De 
HEER is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.

[2]
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,


[3]
hij geeft mij nieuwe kracht*
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.


Wat een lang verhaal is het geworden, en je weet nog niet eens, wat je met je kinderen kunt gaan doen! Of heb je stiekem al een idee? Ga je gang! Het is eigenlijk erg simpel. Heb je kleine kinderen, zeg tot 6 jaar, verzamel ze rond je “herder-kit” en lees een stukje evangelie voor, waarbij je steeds afwisselt met het naspelen met je herder en schaapjes wat je voorleest, zin voor zin. Heb je oudere kinderen, lees dan gewoon de tekst voor en nodig ze uit om het na te spelen. Ze mogen ook de tekst(en) nog eens nalezen als ze dat willen. Hebben ze geen zin om er mee te spelen, geen punt! Laat ze weten waar de “herder-kit” staat, en verzeker ze, dat ze er altijd mee mogen spelen wanneer ze dat willen. Geloof me, dat moment breekt aan! Het mooie van deze methode is, dat je ze niets opdringt, maar uitnodigt. Als ze er voor kiezen om er mee te gaan spelen, zijn ze van binnenuit gemotiveerd en leren ze veel meer. En met al die aandacht van mama voor die herder is de interesse zeker al gewekt!

Aan het eind van deze blog zou ik nog tips geven voor het zelf maken van een “herder-kit”. Wat je in ieder geval nodig hebt is een bakje, doosje, trommeltje of laatje waar je het in gaat stoppen. Zelf ben ik nogal fan van de kringloopwinkel, waar je zoiets voor een appel en een ei kan scoren. Dan heb je in ieder geval een herder nodig en een aantal schapen. Eventueel kun je nog een herdershond maken, een huurling of een wild dier (een wolf of een leeuw of iets dergelijks). Dan een groen stuk vilt/ papier/ … en een stuk blauw vilt in de vorm van een plas water. Je kunt ook een blauw lint gebruiken dat je als een rivier neer kunt leggen.

De poppetjes kun je maken van: wc-rolletjes, wasknijpers, kurken, karton, blokjes van een lat of als je erg creatief bent met de figuurzaag uit triplex.


Print het uit, kleur het (samen) in, plak het op je wc-rolletje, wasknijper, kurk, kartonnetje, blokje hout, klaar!



Je kunt er ook voor kiezen ze te lamineren met plastic en ze dan op houders te zetten. Die kun je maken van bijvoorbeeld klei: een plat bolletje klei met een horizontale snee er in of een blokje hout die je horizontaal inzaagt.

woensdag 29 oktober 2014

Les 2: Wat zegt de Bijbel? De wijnstok.

Vandaag gaan we weer opnieuw de Bijbel induiken in “les 2: Wat zegt de Bijbel?” Deze keer gaan we kijken naar het woord “wijnstok”.

In zowel het Oude als het Nieuwe Testament wordt veelvuldig het beeld van de wijnstok gebruikt. Bijna altijd gaat het om teksten over de (on)vruchtbaarheid van de wijnstok. Blijkbaar heeft die vruchtbaarheid van de wijnstok bijzondere eigenschappen!

In de bijbelse tijden was de wijnstok met al zijn aspecten ongeveer net zo’n bekend beeld als het dagelijks brood, in ieder dorp stonden wel wijngaarden met wijnstokken met daaraan druivenranken. We gaan de verschillende eigenschappen van deze bijzondere plant onderzoeken om meer te begrijpen van de volgende tekst die Jezus uitsprak:

Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.“ Johannes 15:5

Deze opdracht is een verwonderingsopdracht. Samen met je kinderen ga je naar een druivenplant kijken, terwijl je verschillende aspecten van de druivenplant bekijkt en uitlegt.

Het mooiste is natuurlijk wanneer je een echte druivenplant kan bekijken. Ik ben zo gezegend met maar liefst twee druivenplanten in de tuin! Voor ons was het dus een echte veldexpeditie. Heb je dit niet, kun je overwegen een andere klimplant te bekijken (zoals een klimop of een wingerd) of je gebruikt enkele van de onderstaande platen, die je op je tablet laat zien of uitprint. Een gratisboekje over de druivenplant vindt je hier.

Verzamel je kinderen rond de druivenplant.

“Ik wil jullie iets laten zien over deze plant. Weten jullie wat voor een plant dit is?” Leg uit dat het een druivenplant is, en omdat ze van druiven vaak wijn maken, het ook wel een wijnstok genoemd wordt.

“Ik vraag me af, waarom de plant een ‘stok’ genoemd wordt.” Kijk naar de vorm van de takken, er is geen sprake van een heldere structuur als bij een boom met een stam en takken. “Er groeit wel 1 dikkere tak uit de grond, maar daar schieten van boven tot onder meteen overal andere takken uit, dit noemen we ranken. Als het herfst is en de druiven zijn er af, snoeien de wijnbouwers vaak alle ranken van hun druivenplant af of die ene dikke stok die uit de grond komt na. Dat noemen ze de wijnstok.

 In de lente komen er weer heel vlug hele lange nieuwe takken aan waaraan de druiven gaan groeien. Er zijn ranken waar wel druiven aan groeien en ranken waar geen druiven aan groeien. Als de wijnbouwer die ranken zonder druiven opmerkt, snoeit hij ze meteen af, want die nemen al het voedsel van de takken met druiven af. Hij wil natuurlijk heel veel mooie grote druiven.

Dan komt de volgende stap voor de wijnbouwer: hij moet de takken een bepaalde kant opbuigen, zodat het sap het beste kan stromen. Daarvoor bindt hij ze “op” of vast, aan horizontale draden, zodat ze rechter groeien dan ze uit zich zelf van nature zouden doen.

Het voedsel voor de druiven haalt de plant uit de grond. Eerst gaat het als sap door de wijnstok en die geeft het voedingssap weer door aan de ranken. Zonder de wijnstok, zouden de ranken geen voeding krijgen en dus ook geen druiven. De wijnbouwer zorgt ervoor dat er veel goede voeding in de grond zit, door bepaalde mest te gebruiken en de grond af en toe om te spitten. Zo kunnen alle ranken lekker eten en mooie druiven maken. En de wijnbouwer? Die maakt er aan het einde van de zomer de heerlijkste wijn van, waar mensen heel vrolijk van worden!”


Hierna kun je ook mijn boekje voorlezen over de druivenplant/ wijnstok. Het gratistemplate vind je hier. (Je kunt het boekje het beste dubbelzijdig uitprinten op A4).

Lees de tekst van het Evangelie van Johannes 15: 1-11 voor met het boekje, de plaatjes of de plant nog voor je.

De wijnstok en de ranken
[1] ‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. [2] Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. [3]Jullie zijn al rein door alles wat ik tegen jullie gezegd heb. [4] Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven. [5] Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. [6]Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. [7] Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. [8] De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.
     
[9] Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: [10] je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. [11] Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. 

“Als jij een rank bent, aan welke wijnstok wil je dan vastzitten?”
“Wat krijg jij van die wijnstok?”
“Jezus spreekt over vrucht dragen. Zonder Hem kun je niets doen. Die vruchten zijn dus dingen die je kunt doen. Wat voor dingen zou Hij bedoelen?”
“Hoe wordt je volkomen/ helemaal blij volgens Jezus?”

Als verwerking kun je de volgende werkjes voorstellen:
  • Het maken van een boekje met de zelfgeschreven Bijbelteksten
  • Het op volgorde leggen/ plakken van de plaatjes over de wijnstok
  • Het op volgorde leggen/ van het verhaal over de wijnstok
  • Een combinatie van alle drie.
file:///C:/Users/Sanne/Downloads/Boekje%20De%20wijnstok%20en%20de%20ranken.pdf

maandag 20 oktober 2014

Vervolg les 1 "Wat zegt de Bijbel?": Zuurdesem

Vervolg les 1. Zuurdesem

Je hebt nu zuurdesem gemaakt, wat geweldig is dat he!
Zorg dat je de volgende spullen klaar hebt staan:

  • Het zuurdesem
  • Weegschaal
  • Kom
  • Ingrediënten voor brood
  • Theedoek
Verzamel je kinderen rondom het zuurdesem. Deze activiteit kun je het best aan het eind van de dag plannen, omdat de eerste rijstijd minimaal zes uur bedraagt. Zelf heb ik het moment voor het avondeten genomen en het deeg de hele avond en nacht laten rijzen.

“Weten jullie nog wat dit is?”
Kinderen jonger dan zes: “Ruik eens, het is ook echt zuur.” “Zien jullie die belletjes?” “En zien jullie dat het zuurdesem groter is geworden? Het is gerezen.”
Kinderen ouder dan zes kun je vragen: “Lees eens voor wat er op staat.” Voor jongere kinderen kun je het zelf voorlezen.

Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? Het lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.”

“Ik vraag me af wat dat betekent.”
 “We gaan vandaag onderzoeken wat er gebeurt als je zuurdesem met meel mengt.”

Volg nu een recept voor zuurdesembrood, bijvoorbeeld deze:

Ikzelf heb de volgende ingrediënten gebruikt:

500 g meel
Lepel honing
150 g zuurdesem
Eetlepel zout
30 g gesmolten boter
200 ml water



 Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet daar de zuurdesem in. Meng het zuurdesem met de rest van het meel door vanuit het midden naar buiten te roeren met bijvoorbeeld een vork.



Als alle ingrediënten zijn gemengd kun je aan het kneden. Een leuk werkje voor kinderen! Zorg dat er minstens 10 minuten gekneed wordt.




Dan afdekken met een natte theedoek en wegzetten op een warme, tochtvrije plek. Minstens zes uur laten rijzen.


De volgende ochtend is de magie geschied: het deeg is twee keer zo groot geworden. Ohhh en ahhh!

“Wat is hier gebeurd? Wie heeft dat gedaan?” Leg uit, dat het hele deeg is veranderd in zuurdesem, die het deeg van binnen uit heeft laten groeien/ rijzen. Je kunt het ook ruiken: het deeg ruikt een beetje zuur.
“Kun je het deeg en het zuurdesem nog scheiden?” Nee. Het is één geworden, één groot groeiend geheel.


Om er brood van te maken, moet het nu nog een keer gekneed worden. In 1 minuut kneed je alle lucht er uit, rolt het uit tot een lap, die je weer opvouwt en in een ingevette broodvorm of op een bakpapiertje op een ovenplaat plaatst. Sluit het af met plastic en laat het opnieuw minstens twee uur rijzen op een warme plek.


De broden moeten twee keer zo groot groeien. Verwonder je samen met de kinderen over dit verbazingwekkende rijzen en verwarm de oven voor op 220C.
Bak de broden ongeveer 35-45 minuten in de oven. Mmm… Volgens mij  bestaat er geen lekkerdere geur!

Haal de broden uit de oven en laat ze -in een theedoek gepakt- afkoelen.
Natuurlijk willen we het brood meteen proeven. Lekker samen met een beetje zelfgemaakte jam en een kopje thee. Neem het potje zuurdesem er nog eens bij.

“Wat deed dat zuurdesem nou met de rest van het deeg?”
“Ik vraag me af wat Jezus bedoelde toen hij zei: het koninkrijk van God lijkt op zuurdesem dat werd vermengd met drie zakken meel?”
“Drie zakken meel, dat is wel erg veel, zou het zuurdesem daar lang mee bezig zijn, voordat alles gerezen was?”
“Is het koninkrijk van God in het begin overal? En aan het eind?”
“Wat doet het koninkrijk van God met de rest van de wereld?”